12 March 2008

Nieuwe kansen

Het is een beetje gewoonte aan het worden op dinsdag te gaan klimmen met Celia. En deze keer was dat met de ouwe klimzut van Marijn. Die klimt niet meer, en ik vind het wel mooi om dan met zijn zut gewoon verder te klimmen. Ik had alleen kunnen verzinnen dat het spul wel rechtstreeks uit zijn aura of destruction komt. Zoals je op de foto (die schoenen zijn niet van Marijn geweest, overigens) kan zien is die karabiner al helemaal krom... en met klimmen moet je geen grapjes uithalen, dus ik ben bang dat de prachtige continueringsfilosofie toch moet wijken voor veiligheidsoverwegingen. Ik moet maar een nieuwe kopen.


Toen ik na het klimmen mijn fiets van het slot stond te halen zag ik overigens dat de skischansen, die niet ver van de klimhal staan, in gebruik waren. Goed zeg, ik zag nooit live skispringen.

Verder, bij tuiskomst besloot ik handelend op te treden. Toen we na een week van Senja kwamen lag er een pak sneeuw voor de deur. Daar zijn we toen met 11 man overheen gestampt. Dan krijg je het niet meer weggeschept, maar het wordt wel ridicuul glad. Hou ik niet van. Ik heb dus es gekeken of dat homocidaal-esque landbouwwerktuig (of wat is het) dat bij mij aan de muur hangt het ook doet als ijshouweel. En jawel! Als een zonnetje. Die heeft ook een tweede leven nou. En de stoep is weer keurig begaanbaar.


Tijdens het hakken werd ik ook nog op noorderlicht getrakteerd. Ik kon zien dat het heel mooi geweest zou zijn als Tromsø er niet onder lag. Maar dat doet het dus wel. Sterker nog, de stadionlømpen waren aan. Volgens mannen als Knut en Audun is het skiseizoen hier eigenlijk nog niet begonnen; Noren schijnen te willen skiën op dagen met veel licht. En omdat dit jaar Pasen zo vroeg valt is dat nu het begin van het seizoen. Het is nu al 12 uur per dag licht, en het wordt snel meer. En het is nog koud genoeg. Maar ondans dat het wintersportseizoen dus nog moet beginnen is het zomersportseizoen al wel losgebarsten. En was weer voetbaltraining in het stadion! Zeg maar dag tegen je noorderlicht. Maar, rare jongens, die Noren.

En daarna was het tijd voor een kopje thee en rustiger bezigheden. Ik was net mijn sokken aan het stoppen toen mijn moeder belde. Die was helemaal verbaasd dat ik me met dergelijks inliet. Terwijl zij het toch was die het me ooit nog eens geleerd heeft.

Maar ik vind het een goed idee al die wedergeboorte-achtige dingen te zien als een aansporing om Floor-gerelateerde sipheid zo goed mogelijk aan de kant te schuiven en me met hernieuwd elan in mijn werk te storten. En daar ga ik nu mee beginnen.

10 March 2008

Weekendje Oslo

Tot zover had ik van heel Noorwegen alleen Tromsø en omgeving gezien. Voor het gemak tel ik Senja ook even als zodanig; het is allemaal nog Troms. En het is leuk om ook es wat meer te zien.

Verder is het enorm tijds-efficiënt om, als Floor en ik elkaar willen zien, dat dan halverwege te doen. Scheelt de overstaptijd en een vlucht.

Ergo, het was tijd voor een weekendje Oslo. Vier uur nadat ik het ijshockeyveld af kwam had ik Floor in mijn armen. En in Oslo doen ze wel aan degelijk openbaar vervoer (treinen! Trams! Ongelooflijk!) dus in no time waren we in het hotel.

In Oslo is vanalles te doen (in ieder geval wel als je het met Tromsø vergelijkt), dus we zijn enthousiast van het ene naar het andere museum gehopst. Het vikingschipmuseum natuurlijk, waar zowel het Gokstad- als Osebergschip te zien zijn (en Tune, maar die is niet zo bekend). En het volksmuseum, wat een openluchtmuseum is, met mooie houten opslaghuisjes en een staafkerk en wat dies meer zij. En in een tentoonstellingsruimte: Pompel & Pilt! Met natuurlijk Gorgon Vaktmester. Geweldig! Ik heb meteen een P&P T-shirt gekocht.







Ook zijn we over het terrein van het Akerslot gestekkerd. Slot zelf was dicht, maar er was toch stemmig langs alle verdedigingswerken te wandelen.

Als poolonderzoeker moet je natuurlijk, als je de kans hebt, ook langs het Frammuseum. Kijken naar de bootjes waar waaghalzen als Nansen en Amundsen allerlei onherbergzame zeeën bevoeren. Als je dat van zeeën kan zeggen tenminste.

Verder schijnt de wereld bij ouwe troep niet op te houden, dus we zijn ook naar het Munchmuseum geweest (wel een beetje oud), en naar het nationale museum voor moderne kunst.

En zo een uur of vier à vijf gaat dergelijks meestal dicht, en de rest van de dag was voor bierdrinken en eten. En praten. Ook heel belangrijk.

Na 14 maanden samen, waarvan 4 in hetzelfde land, en 10 op flinke afstand, was het tijd om de stand van zaken door te nemen. Werkt het, zoiets? Valt het een en ander te overbruggen, bijvoorbeeld met moderne technologie? Is afstand een gegeven of een variabele? Dergelijke kwesties vroegen de aandacht.

Dus nu zit ik achter mijn microscoop en heb zaken van velerlei aard om te overdenken. Maar ik moet ook maar es rap gaan nadenken over kleine doje zeebeestjes. De volgende trip komt eraan. Naar Wenen, voor de european Geosciences Union General Assembly...

03 March 2008

Beunhaas Travels doet Noord-Noorwegen

Het is weer achter de rug! Ik zit weer achter mijn computer in mijn kantoortje. Nog daas, want het was een woeste week. Een hike van een week, in Februari, boven de poolcirkel, doet wat met je.

Vrijdag de 22e nam ik de laatste boot naar Finnsnes, met 12 liter kampeerbrandstof in mijn bagage. Omdat er tussen het aankomen van de laatste boot en het aankomen van de andere hikers nog zo'n 7 uur zat ging ik eerst maar es naar de bioscoop om wat tijd stuk te slaan. Atonement, een aanrader. Na de film pikte de vriendelijke dame van de jeugdherberg me op bij het internaat waar we aanvankelijk zouden slapen, en bracht me naar de jeugdherberg zelf. Daar kon ik nog even een paar uur pitten voor de rest aankwam. Een geweldig weerzien!

Na de ontmoeting werd de bagage herverdeeld (was ik mooi van 11 van die 12 liter benzine af) en gingen we, veel te laat, naar bed. De volgende ochtend pakten we in de stralende zon de bus naar het vertrekpunt. Het kon beginnen! Nog wat onwennig op de sneeuwschoenen begonnen we aan dezelfde route als marijn en ik in Augustus ook gedaan hadden. Bij het 1e meertje zagen we op een heuvel in de buurt nog wat buitensporters. Het zouden de enigen zijn die we de hele week zouden waarnemen.



Dat 1e uur zou later vrij representatief blijken. Mooi weer, mooi uitzicht, maar met die heldere lucht erg koud. Ga stil zitten en je verkleumt. Zeker als er wind staat. Meteen bij de 1e pauze moesten er al voeten opgewarmd worden...




We stoomden flink door, zodanig zelfs dat we pas in het bijna donker op een kampeerplekje uitkwamen. Daar merkten we dat die branders het bij temperaturen van zo'n -12 niet goed doen op de meegebrachte brandstof. Gelukkig stonden we in de buurt van een huis. En de bewoners waren, zoals je van Noren verwacht, erg begaan met buitensporters. Ze leenden ons hun auto om naar een benzinepomp te gaan en gewone loodvrije benzine te kopen: dat zou het bij koude wel goed doen. Schatten van mensen.



De dag erna gingen we weer met frisse moed op weg. Dieper Senja in.
Bij de 2e kampeerplek begon zich een routine in te zetten. Zodra er een plaats gekozen was zette men zijn tenten op, groef Onno een riante zitkuil voor kook- en socialise doeleinden, wasten de frissere types zich in de sneeuw en kon men gaan koken. Voor kampvuren was geen animo: na het eten wilde iedereen meteen naar bed. En zich daar dan in warme slaapzakken wurmen, al dan niet met een imposante laag fleecetruien aan.






In de loop van de week werd het landschap steeds hoger, en dus steeds mooier. We hebben de grenzen van de sneeuwschoenen afgetast met steile hellingen omhoog waar een trappetje in getrapt moest worden, en hellingen omlaag die eventueel traag en voorzichtig konden, of woest en leuk maar met risico op een misstap en dan overal sneeuw in je kleren. Intussen bleef het weer maar mooi. 's avonds was er meer dan eens adembenemend noorderlicht te zien.







Verder weten sneeuw en ijs ook fraaie vormen aan te nemen. De mooie ijspegelconstructies in de beken waarschuwden ons ook voor dat je het stromend water vaak niet ziet. En de sneeuwbedekking erop houdt niet altijd... de volgend efoto lijkt een neutraal landschap, maar bij hoge resolutie zie je dat Roelof bij een tot aan zijn middel door de sneeuw gezakte Thias staat. Hij kon er zonder gedoe weer uitgehaald worden, maar het resulterende gapende gat zei wel dat je met de winter niet moet spotten.






In de loop van de week begon zich slijtage voor te doen. vanzelfsprekend gingen mijn voeten pijn doen, maar deze keer waren er meer die daar last van hadden. Ook werd er een wat zwaar belaste knie bespeurd. En met de toenemende kou (of beeldden we ons dat in?) werd het steeds zwaarder om in verband met lunch (sneeuw smelten voor koffie: duurt lang!) en avondeten min of meer stil te zitten en het dus koud te krijgen. Maar op en neer springen geeft pijn...




Verder heb je in zo'n tent last van condens. Elke nacht werd je slaapzak natter en natter. Dus terwijl we tijdens het lopen ons steeds meer liepen te vergapen aan de bergen vreesden we de lunches en avonden ook meer en meer, en keken we meer en meer uit naar het terugkomen in de beschaving, en de droge bedden van de jeugdherberg.







De laatste loopdag beloonde ons nog even met prachtige uitzichten van het eiland af voor we in Å kwamen (zo heet het echt) waar we in de luwte van een schuur op de bus wachtten. Die bracht ons bij een pizzeria in Finnsnes waar ze zowaar pizza's in Marijn-compatibel formaat hadden. En met volle maag togen we daarna naar de jeugdherberg, waar we bij een lekker houtvuurtje bijkwamen van alle kou en andere ellende.








Ontspannen en gedouchet pakten we zaterdag de Hurtigruten naar Tromsø. We hadden nog anderhalve dag voor het bekijken van Tromsø, beetje shoppen, de geijkte bezienswaardigheden bekijken (Polaria, Polarmuseet, Kabelbaan), en erg veel nabomen in mijn woonkamer bij nog meer haardvuur. Met dank aan de bovenburen die hun logeerkamer uitleenden lukte het de hele bende aan de Heimveien onderdak te bieden.




En op maandagochtend was het wel weer mooi geweest met Tromsø. Het vliegtuig wachtte, en daarachter weer gewone werkdagen. Terug achter microscoop en computer. Maar met mooie herinneringen! En mooie foto's. En een verlanglijstje (donsjack! grote thermosfles!) voor de volgende keer. IJsland, misschien!

22 February 2008

Drukte op Senja, stilte op de blog

Mijn tas staat klaar! Zo tegen het eind van deze werkdag hijs ik die op mijn rug en neem de boot naar Finnsnes. En in het holst van de nacht zal zich daar een invasie van rare Nederlanders voordoen. Geweldig! Good old Beunhaas-kliekje.

En, dus, morgenochtend verlaten we dat wat we hier in Noord-Noorwegen voor beschaving houden, en gaan we een week met ons elven door ongerept Senja struinen. Ik heb er zin in!

En dan is het dus een week doodstil hier. Maar na afloop verwacht ik rete-mooie foto's te kunnen posten!

18 February 2008

Mythologie in het dagelijks leven

Het moderne Noorwegen is wat het geworden is dank zij olie. Misschien is het voor niet-aardwetenschappers niet zo, maar voor mij is een van de 1e aspecten van Noorwegen waar je mee te maken krijgt hun olievelden. Dan valt het meteen op dat die Noren dank zij de olie misschien wel vooruit gaan, maar zeker niet ophouden achteruit te kijken. Ze hebben de neiging die velden mythologische namen te geven. Heidrun, de geit die het hiernamaals van mede voorziet. Snorre, die het allemaal opschreef. Sleipner, het paard van Odin. Oseberg, een opgegraven vikingschip. Een beetje een vreemde eend in de bijt is Snøhvit, maar goed, das wel oud en imaginair.

Verder vernoemen ze de halve stad ook naar verschijnselen uit de Edda. Ik woon bijvoorbeeld in Alfheim. Je kan hier als sterveling ook in Asgard wonen. Het andere stadion hier (dus niet Alfheim) heet Valhall.

Het opvallendst nog vond ik het loge van de universiteit.
Zomaar voor de grap wat kraaien, dacht ik erin te zien. Die heb je hier ook zat. Dom natuurlijk. Raven! En niet zomaar raven. De raven van Odin! Huginn en Muninn, oftewel geheugen en gedachte. Ze vliegen uit, zien alles, en rapporteren terug aan Odin. Geweldig dat! Wel een mooi symbool, veel beter dan die stomme kip van de meest calvinistische universiteit van Nederland. Misschien een symbool van goddelijke kracht, maar er een beetje met de haren bij gesleept. En hier hebben ze, uit de periferie van hun eigen pantheon, een krachtig symbool van kennis tot universiteitslogo verheven. Veel mooier!



Wel weer passend bij het vooruitstreven, maar toch achteruit blijven kijken! De gedachten heb je nodig voor de wetenschappelijke vooruitgang, maar het geheugen voor de verankering. Erg Noors!

15 February 2008

14 februari en Margot krijgt een kaart

Ik moest er voor betalen, maar dan heb je ook wat.
Ik ging met Celia op voor de "Bratt kort" (steilkaart, letterlijk); het Noorse indoor klimcertificaat. Om die te halen hoef je niet per se te kunnen klimmen, als je dat wat je op en naast die muur doet maar veilig doet. Het materiaal goed hanteren, op tijd inklikken in de karabiners, als je aan het zekeren bent de klimmer de goeie hoeveelheid speling op het touw geven, dat soort dingen. Celia klimt al sinds mensenheugenis, en ik had van het weekend een cursus gedaan, dus dat ging wel soepel. Geslaagd!



Verder, ik merk dat ik nog steeds in de steile leercurve fase zit. In het begin deed ik maar wat, iets later kwam ik die muur op veel plaatsen wel op, maar dan aan toptouw (hoef je je zelf over dat zekeren niet druk te maken), en sinds afgelopen zaterdag klim ik ook met medeneming van het touw naar boven (route leiden). En deze keer is het me voor het eerst gelukt een echte route te klimmen. Een 5- zelfs. Ik gokte dat het dan wel een 4 zou zijn. Maar, dus, toen dat schaap eenmaal over de dam was klom ik er meteen nog maar een aantal, zowel aan toptouw als leidend. Ik leer het wel! En das maar goed ook, want hoe kleiner het verschil tussen Celia en mij is, hoe beter.


Best mooi trouwens, dat terrein om de klimhal.

En nou wachten op de zomer; dan kan ik het ook buiten proberen!

14 February 2008

Zoek het tuinpad

Goed voor de sneeuwhikevoorpret: het is weer koud! En het sneeuwt veel. Hte zicht is af en toe maar matig.



Vanochtend moest ik wel even duwen voor ik de deur open had. Het was niet meer te zien dat er een paadje naar mijn deur had gelopen. Nu duimen dat het zo blijft!



Verder lijkt het alsof er een goeie winterse traditie aan het onstaan is: met een man of zes traditionele pot koken. Wat begon met mensen die willekeurige gerechten koken voor Audun die met een zere poot op de bank zit, is aan het omslaan naar een soort van pan-Europese reactionaire culinaire club. Leuk! Zoals ik in het vorige postje meldde; Audun (die alweer vrij aardig loopt ondanks dat gips) wilde een herkansing met Noors voer, en kookte Bergense pot voor ons. Raspeballer og Vossa korv! Laura en ik maakten de boel af met appelbollen toe. Geen idee of dat erg Nederlands is, maar het is goed wintervoer en men kende het verder nog niet.

Laura vatte ter plekke het plan op om de hele bende es bij haar uit te nodigen en snert te koken, en Elvar begon al te peinzen over begraven rotte vis. Met die IJslanders moet je uitkijken! Maar leuk als dit een vervolg krijgt...