30 April 2009

Cultuur

Ik las mijn eigen blog even terug. Ben ik al een echte Tromsøværing? Zo een die alleen kan denken in termen van skiën, klimmen, kajakken, hiken? Bijna wel... in januari had ik nog een culturele opleving, dank zij het filmfestival. Als je dan niet cultureel doet dan doe je het echt nooit. Maar daarna maakte ik nog melding van een gelezen boek en verder was het skiën, autorijden, bierdrinken wat de klok sloeg. Ben ik dus geassimileerd?

Nee, dat ben ik niet. Ik ben een windvaan, zeer susceptibel voor de minste invloeden van buitenaf. Wat betekende mijn heftige gesport? Dat Stuart de Volkomen Maffe Politicoloog op sabbatical was! Al mijn vrienden hier zijn zo'n beetje half-barbaarse sportfanaten. En dan, ineens, is daar Stuart, die zich niet tot zulke primitieve bezigheden laat verleiden, maar, bij tijden overgoten met alcoholica, zware literatuur en cinematografische hoogstandjes tot zich neemt. Maar hij is een half jaar weggeweest.

En hij is terug! Vorige week landde hij in de nacht van dinsdag op woensdag. Die woensdag fietste ik nog door de regen naar Rødtind om er in een hagelstorm op en weer af te skiën. Maar die donderdag zaten we samen in de zaal van het filmhuis. Kijkend naar een Britse cultfilm: Withnail and I. En nog geen week later zaten we er weer: voor "Who's afraid of Virginia Woolf". Het was een originele filmrol, die gediend had in de Noorse handelsvloot, dus dat was nog een uitdaging voor de dame die dat in goede banen moest leiden. Het begon met onaardse geluiden, en een nieuwe smeltplek in de filmrol voor we ook maar 3 seconden in de irrelevante uitingen vóór het begin van de film zaten. En de film bleef breken. Ruim tijd dus voor tussentijdse bespiegelingen.

Bron: Encyclopaedia Britannica, copyright Warner Brothers

Het is Julia, de projectante (Henco, Maaike, hoe heet zo iemand ook alweer in het Nederlands?) uiteindelijk zowaar gelukt ons die hele film te tonen! Stuarts vriendin, die werkt in het filmhuis, nam ons na afloop nog mee naar de projectorruimte, waar we Julia bezweet maar voldaan aantroffen. Men krijge zelfs een blik achter de schermen!

De film was alle moeite overigens ruimschoots waard. Een schande dat ik deze nog niet eerder had gezien. Ben dol op films. En boeken. Maar ik heb duidelijk een schop onder mijn hol nodig. Van een merkwaardige Brit. Ik heb hem gemist. Maar vanaf nu is mijn leven waarschijnlijk weer wat meer gebalanceerd!

29 April 2009

Auto en dank is taart!

Ik mocht zelf kiezen wat voor taart! Toen Rafael mijn auto had geleend voor het transport van zijn geblesseerde vriendin wilde hij zijn erkentelijkheid daarvoor betonen met behulp van taart. En het is nogal een keukenprins. En gaf me de vrije hand. En ik houd van veenbessen, en kon mij niet herinneren ooit veenbessentaart gehad te hebben, dus dat werd mijn keus. En vanzelfsprekend was hij heerlijk!


Verder wilde ik op mijn beurt de schuinachterburen nog bedanken voor dat ik op hun oprijlaan had mogen parkeren. Dus wat deed ik? Ik bakte taart. Ik word zelden van verbeeldingskracht beschuldigd. In ieder geval, de buren in kwestie waren blij verrast. En we hebben hem gezamelijk geprobeerd. Gezellig hoor. Auto's parkeren levert je niet alleen vijanden op!

26 April 2009

Lente aan je fiets

Het is de hele dag boven nul, de wegen zijn sneeuwvrij, in de tuin is al dood gras te zien dat onder de vieze sneeuw vandaan komt! Lente dus. Iedereen lijkt het in zijn kop te hebben. Ik heb het ook. Ik besloot de banden van mijn groene fiets te verwisselen. Terug naar gewone zomerbanden!

Tijdens het prieken had ik nog een meevaller en een tegenvaller. De tegenvaller was dat ik alle vier zomerbanden (van zowel de groene als de zwarte fiets dus) nog had, maar dat ik moest concluderen dat er eigenlijk maar twee nog goed waren. Die zitten nu allebei op de groene fiets. Moet maar es gaan sjoppen voor banden tegen de tijd dat het wel zo ongeveer zeker is dat er echt geen nieuwe sneeuw meer gaat vallen.

Frisse zomerbanden op het modderweggetje

De meevaller was Christine. Dat wil zeggen, die naam kwam zo in mij op. Toen ik de avond daarvoor thuis kwam klonk er muziek uit de garage. Muziek? Maar in de garage is geen radio! En het het huis was donker, er leek niemand wakker, dan wel niemand thuis. Het bleek de autoradio te zijn van Knut's Berlingo. Raar!

Het ding blijkt zich een ongekende autonomie toegeëigend te hebben. En dat bleek terwijl ik mijn achterwiel uit mijn frame pulkte. Het ding zette zichzelf weer aan! Gezellig, muziekje erbij. Leuk hoor, een auto met initiatief, zeker als het zo gemoedelijk is als dit. Dat geldt niet voor alle auto's... "Apologise to Christine!"

Hoe het met mijn auto zit weet ik nog niet; als Helgard in mijn auto zit slaat de centrale autovergrendeling nogal es op hol. Mijn theorie is dat het ding niet van bruinogige schorpioenen houdt. Ik denk alleen dat, bijvoorbeeld, Luka niet toevallig es een keer op bezoek komt opdat ik dan mijn hypothese kan testen. Misschien dat ik Stein de Viriele Telemarker een keer een lift kan geven.

Overigens is Christine de mond gesnoerd: Knut kwam zijn fiets halen, merkte op dat de autoradio weer es op eigen houtje bezig was, en heeft genadeloos het frontje eraf gehaald. Daar ging ons knusse rendez-vous...

Toen ik overigens bij het tankstation mijn banden weer op druk bracht werd dat nog een sociaal gebeuren: de halve stad verzamelde zich daar met opnieuw van zomerbanden voorziene voertuigen. Zoals gezegd: iedereen heeft de lente in zijn kop! En daarna fluisterzacht over het asfalt suizen, voort het eerst sinds maanden. Lekker hoor.

In ieder geval. Ik was toch bezig met gereedschap en vieze handen en gedoe. Kon ik meteen wel dat knipperlicht repareren dat ik nog es van mijn fraaie Subaru afgereden had! En zo gezegd zo gedaan. Vanzelfsprekend zit het op z'n Margots vast: bij het tegen een schuur aanrijden was het metaalwerk net zo'n beetje verbogen geraakt dat alle schroeven en bouten net niet meer passen. Dus het zit wat provisorisch aan elkaar. Maar het zit, en slechts een muggezifter zal dergelijks opvallen! Hij is weer helemaal als nieuw!


En het goeie was ook nog: mijn camera was weer opgedroogd, en hij doet het weer... ik houd hem nog maar even aan. En dan misschien maar iets voorzichtiger zijn met regen en sneeuw! Maar ik kon dus mooi een foto maken van mijn beminde vervoermiddelen. QED.

23 April 2009

Champagne in een hagelstorm

Onze Zweedse schone was jarig! En het leek haar een goed idee om ter gelegenhede daarvan naar de top van Rødtind te klimmen, ter plekke een fles champagne open te trekken, de inhoud gezamelijk te nuttigen, en dan weer naar beneden te skiën. Wat een goed idee! De weersvoorspelling was regen en nog meer regen, maar een kniesoor die daarop let. Ik had er wel fiducie in: met zulk weer is de sneeuw traag en voorspelbaar. Helemaal mijn ding! En de enige eerdere keer dat ik Rødtind afgeski'd was was de sneeuw veel lastiger geweest, maar had ik toch heelhuids de eindstreep gehaald (zie postje "jarig").

De andere dames gingen met de bus, maar ik houd niet van de bus. Ik ging op de fiets! Het is best een eindje fietsen, en het regende, dus ik droop en stonk al voordat de 1e stap gezet was. Maar een kniesoor die daarop let.

De weg omhoog was voortgangtechnisch natuurlijk niet de uitdaging; dat is het nooit. Maar het was wel uitdagend weer. Na het één en ander aan hoogtemeters ging de regen over in hagel, die met kracht in je gezicht sloeg. Bij vlagen konden we de top zien. Maar voor we het wisten stonden we daar toch! En maakte ik kennis met iets wat wellicht een Zweeds fenomeen is: vrijwel alle dames kleedden zich boven de gordel spontaan tot op het ondergoed uit, om daarna meer kleren aan te trekken dan ze voorheen aangehad hadden. Ik vermoed dat Zweden een hekel hebben aan natte zweterige kleren op hun huid, enze als het zware werk gedaan is graag iets droogs aantrekken. Ik was toch kansloos: enerzijds omdat ik op fjellski was (alle Zweden waren op randonnee- en telemarkski's; gelukkig was er nog een Noorse op fjellski mee), en dat is veel zwaarder (dwz: das zwaarder naar beneden skiën, maar gezegd moet worden dat het veel lichter omhoog lopen is) en daarna mocht ik nog een klein uur op de fiets. Dus ik trok alleen een extra trui aan.

En daar ging de champagne! Nina had goed geschud, dus het spoot. Recht mijn tas in. Ach ja. Terwijl iederen de vellen van zijn (haar, eigenlijk) ski's trok ging de fles rond. En wat pakken koekjes. En na een verjaardagsliedje in het Zweeds konden we naar beneden!

De andere dames kwamen als kometen naar beneden. Sommigen zodanig telemarkend dat het meer een knieval leek (mooi!), anderen alpien rossend. En ik en de andere dame op fjellski wat gematigder naar beneden zwierend. Ging lekker! In het begin met regen en hagel weinig zicht, maar dat hield op. Wel zure spieren, maar ik kwam bijna die hele berg slalommend af. Ik leer het nog es. En op een gegeven moment ging zowaar de Noorse zodanig onderuit dat het lastig was overeind te komen. Heb ik haar overeind geholpen! De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

En zo waren we terug bij mijn fiets! De dames verdwenen de bus in, en zouden linea recta naar de kroeg. Ik had nog 50 minuten fietsen voor de boeg, en ik had nog niet gegeten (honger als een paard, inmiddels!) dus ik ploeterde naar huis, genoot een pizza, en spoelde een maatschappelijk onacceptabele laag zweet van me af onder de douche. Die kroeg liet ik maar even schieten. Maar, een geslaagde dag! En, helaas, geen foto's dus, maar misschien kan ik via Nina aan wat Zweeds beeldmateriaal komen...

Ook dat nog

Ik vond het weekend eigenlijk al wel abrasief genoeg. Maar nee! Zoals in een eerder postje te zien is heb ik foto's gemaakt op de weg terug, al was het vrij warm en erg nat. En woei de wind alle precipitatie met kracht overal in waar je het niet wil hebben. Niet heel best voor een camera. En soms weigerde hij al een beetje, maar nu, na dat tochtje, wil hij helemaal niet meer. Miewu! Mijn mooie cameraatje. Moet maar es terug naar de winkel, zien of er wat te redden valt.

En intussen heb ik mijn ouwe inferieure maar es onder een centimeter stof vandaan gevist. De blog gaat even gepavoiseerd worden met laagkwalitatief beeldmateriaal ben ik bang!

Update:
Na een paar dagen drogen deed hij het weer. Ik heb liever een camera die het altijd doet, maar dan nog; soms is beter dan nooit, en gelukkig is dus niet alles verloren!

21 April 2009

Eindelijk!

De betrokkenen zij geprezen, we hebben een fietsenhok! Dat we ook kunnen en mogen gebruiken! Wat een feest. En het weer doet me dat ernstig waarderen: het mag misschien al laat april zijn, maar er valt nog steeds makkelijk 20 cm sneeuw per dag. En nou niet meer op mijn mooie fiets!

Hij staat erin! Zou mijn fiets het ding ingewijd hebben? Het dipperlint hangt er nog...

Het is een niksig fietsenhokje voor een gebouw met, wat was het, 240 man, of iets dergelijks? Maar dat wordt in de zomer pas dringen. Nu, met alle sneeuw, zullen er zelden meer dan vier fietsen in staan.

Het is trouwens een hokje dat niet geschikt is voor wethouders en gemeenteraadsleden van uiteenlopende politieke pluimage! En gelukkig ook niet voor fietsendieven en ander geboefte. Met zo'n doorschijnenend hok zal er in de zomer weinig plaatshebben wat het daglicht niet kan verdragen. En in de winter alleen zaken die misschien geen daglicht, maar toch wel kunstlicht kunnen verdragen...

Panacee

Ik zeg, een stukje communicatie naar de mensen toe, dat zeg ik!

19 April 2009

Scheiding van lichaam en geest

Niemand is meer verbaasd over het volgende scenario: het weekend nadert, Tana stelt een skitrip voor. Helgard en Carsten worden gepolst, Carsten moet werken, Helgard is in. Bij de blije IJslandfotoshowing kwam de trip ter sprake: hup, Audun ook uitgenodigd. Tot mijn verbazing was hij geinteresseerd.

Vrijdag was een wat rare dag om zoiets op poten te zetten: iedereen had de hele tijd besprekingen, dus er was geen enkel moment handig om het over dingen te hebben. ’s Middags was er wel een moment om het ergens over te hebben. En waarover! Stront, in epische hoeveelheden, aan de knikker met Tana. Wie had dat aan zien komen. Tana misschien, maar ik niet. Ik was de rest van de dag vreselijk chagrijnig: ik heb helemaal geen zin in ruzie met iemand die ik als een goede vriendin zie. En ik was vreselijk verontwaardigd over de hele zaak. Ik kan me niet herinneren mijn karakter ooit eerder in zulke felle tinten van verachtelijkheid beschreven heb gehoord. Gelegenheid om het uit te praten leek er niet te zijn. We zouden toch gaan. Ik hoopte dat het zou helpen.

Zaterdagochtend had ik tijd zat. En de zon scheen, dus ik deed maar es een kop koffie in de zon voor het huis. Alwaar ik Knut aantrof, die precies dezelfde gedachte had gehad. Hij waarschuwde me nog: het zou die nacht gaan stormen. Maar dat geeft niet, want 's nachts zouden we knus in Ringvassbu zitten.

Om een uur of elf kwam Tana me halen. “Are you ready?” Nou nee dus. Ik zet geen stap voor deze ellende wat opgehelderd is. Ik deed uit de doeken dat ik diep gekwetst was, en wilde weten wat ze van plan was met die informatie. Gelukkig pakte ze het constructief op: haar aantwoord was “apologise?”. Wat ze deed. En we gaven elkaar een dikke knuffel. Het begon veelbelovend.

We begonnen met stralend weer. Ik probeerde ervan te genieten, maar ik merkte dat ik te hard op mijn ziel getrapt was om echt blij te zijn. Wat is er weinig nodig om mooie dingen stuk te maken. Verontschuldigingen betekenen veel, maar de gedane schade helemaal ongedaan maken doen ze niet. Alles van waarde is weerloos. Maar wat heeft waarde? Wat lijkt alleen waarde te hebben? Met tollend hoofd klom ik de helling op.

Klaar voor vertrek. Let ook op Audun's knickerbocker!



Ineens hoorde ik Helgard achter me: "hee, een rendier!" En Audun: "nee, een eland!" En verhip! Een heuse eland op de horizon. Die ons zo een tijdje aanzag en toen achter de heuveltop verdween. Toevallig moesten we toch die kant op, dus wie schetst onze verrassing toen we een bocht om kwamen, en zagen dat het er drie waren! Wat een prachtige beesten. En wat lopen ze mooi.



De route was mooi, en prima te doen, en het weer was ook prachtig. Dat laatste werd op een gegeven moment wat minder: er verscheen sneeuw aan de horizon. We besloten ergens te lunchen, met uitzicht op de dichttrekkende hemel. Audun bestond het te vragen "iemand een biertje?". Wat goed! Gewoon omdat het kón nam ik dat aan. Sjonge! Hij had écht een sixpack in zijn rugzak.



Na de lunch was het door de sneeuw het laatste stukje. Toen we bij de hut aankwamen kwam er net een vent naar buiten met zijn hond. Binnen stond nog een dame. Gezellige lui! Snel zou zich nog een dame zich bij dat gezelschap voegen. En met zeven man in die hut hadden we zeeën van ruimte.


Iedereen begon mythische hoeveelheden drank uit zijn rugzak te trekken, en ongeremd begonnen we alles te proberen. Tot ik me maar es van mijn culinaire taken kweet. En na het eten deden we maar een kaartspelletje. Dat werd nog een chaos. Na een potje poker deden we iets dat "500" heet, en wat Helgard en ik nog nooit gedaan hadden. Er ging een wereld voor ons open. Zowel Tana als Audun kenden het, maar duidelijk allebei op een heel andere manier, dus elke minuut dook er weer een regel op die voor ons zuid-Germanen nieuw was, en waar de andere twee het niet over eens konden worden. Hield het wel spannend. En ik had moest iedere spanning die zich voordeed aangrijpen om me nog een beetje senang te voelen want mijn grafstemming kwam weer terug. Dat viel Tana ook op, en die vond dat ik niet moest zeuren. Fijn, een trap na, net waar ik op zit te wachten. Ik wist dat ik twee dingen kon doen: de boel laten ontploffen, of mijn kop houden tot we hier weer vandaan waren, en het dan één op één uitpraten, al dan niet met bijkomende ontploffingen. En ik koos dat tweede. Zwaarmoedig vertrok ik naar bed. En zwaarmoedig kwam ik er weer uit. Ik wilde eigenlijk nog maar één ding: weg hier, weg van Tana, rust aan mijn kop, dingen laten bezinken.


Shrek, de charmerende hond

Maar Knut had gelijk gehad. Er was die avond een storm opgestoken. Het was, naar omstandigheden, heel knus om whisky te drinken in een warme hut terwijl de wind loeit in de kachel en de sneeuw langs de ramen giert, en het was ook lekker slapen bij dergelijke geluiden, maar het hield de volgende dag niet op. En het zag er niet uit als aantrekkelijk skiweer. Naar de plee gaan was al een uitdaging. Het pleehokje was bij vlagen nauwelijks zichtbaar, al stond het een steenworp verderop, en als je erheen probeerde te lopen woei je bijna om.


Ringvassbu in wind en sneeuw

Wat wel leuk was was de hond, Shrek, meenemen als je ging. Klierend en ravottend door de diepe sneeuw! Wat een leuk beest. Iedereen was meteen verliefd. Al was het een waardeloze apporteur.

We ontbeten eerst maar. En ergens helemaal in het begin van de tocht , op een onmogelijk stukje steil omhoog waar de sneeuw al gedeeltelijk weg was, en ik er proefondervindelijk achter kwam dat mijn ski's geen grip hebben op hei, had ik Audun gevraagd me even te helpen, en daarop had hij zijn rugzak afgedaan en me een skistok toegestoken. Maar bij het zijn rugzak neerpleuren riep hij verschrikt: "de eieren!". Ik dacht dat hij een grapje maakte, maar hij had écht 12 rauwe eieren bij zich. Niet te geloven. Er waren ook twee soorten kaas en een liter jus (wederom Audun). Om met Helgard te spreken: das opulentes Frühstückbuffet! Paashop, eat misschien niet your heart out, maar we komen wel in de richting!

Het uitgebreide ontbijt inspireerde de wind niet te gaan liggen. Integendeel, leek het wel. Er was al sprake van misschien deze dag nog niet weggaan. De schrik sloeg me om het hart. Nog een dag! Mijn god! Ik had 's nachts besloten Tana de "neutral treatment" te geven: zoveel mogelijk ontwijken, en verder beleefd blijven. Mijn standaardstrategie als ik moeite heb met mensen maar de omstandigheden eisen dat dit niet tot uitbarsting komt. Het leek er niet op dat ze dingen wilde uitpraten, dus dat toch proberen kan dat tot heftige explosies leiden. En daar heb je dan alle zeven mensen mee. En verder, als je in een storm op een berg zit moet je de samenhang lang genoeg bewaren om allemaal weer veilig naar beneden te komen. In conflictvermijdstand dus. Maar om daar de héle dag in te blijven... erg aantrekkelijk was het niet.

We dronken nog maar een industriële hoeveelheid koffie, en doken es een boek in. En klierden wat met de hond, die graag met de sok van zijn baas mocht sjouwen, en zich gaarne in dat kostbare bezit bedreigd zag.

De mannen en hun speeltjes


Gelukkig had de andere groep er wel fiducie in. De mannen gingen bij elkaar zitten, GPS-coordinaten uitwisselend (lekker seksestereotyp!), en het leek erop dat we allemaal samen terug zouden gaan. Via de route die de andere drie genomen hadden. Die hadden daar beneden namelijk twee auto's staan, en daarmee konden ze makkelijk ons naar de onze rijden. Andersom zou lastiger zijn. En zo geschiedde! We kleedden ons warm en winddicht aan, klommen op onze ski's, en bijkans omtuimelend in de wind togen we op weg.


video

Als zombies komen we uit het hutje stommelen om weg te gaan


En dat ging best goed! Het was spectaculair om in die omstandigheden te skiën. Je ziet geen enkel contrast, dus je moet echt voelen wat het terrein doet. Boem is ho. En de sneeuw was op de meeste plekken zacht, dus je kon je wat risiko's permitteren. Redelijk wat stukken waren flink steil, dus het was nog best uitdagend. Ik voelde me vrij pet, maar het skiën was leuk, dus ik deed maar even aan scheiding van lichaam en geest. Niet teveel op de geest letten nu. Kein keloel, skiën!



Op een mooie overzichtelijke helling probeerde ik maar weer de alpiene zigzag op mijn fjellski. Ging nog best aardig! Maar wat een wissel op je spieren. Een stuk ietsje later was te smal om op te slalommen. Dat moest sneeuwploegend. Ik aarzelde even, en *pop!*, daar was Helgard in de whiteout verdwenen. Ze was maar 10 meter verderop. Apart! Gelukkig dook snel het silhouet van Audun op: die had zich tot taak gesteld een herder te zijn voor alle klunzende skiërs. Mooi, dat.

Klunzend en al kwamen we allemaal heelhuids bij de auto's van het Tromsøse trio aan. Ik liet me bij NP afzetten. Enerzijds omdat ik mijn foto's van mijn camera wilde trekken, maar ook omdat ik omhoog zat, en zo snel mogelijk weg wilde. Weg! Ik gaf Audun een "takk for turen"-knuffel. En meldde Tana dat ik er niet zeker van was of ik klaar was voor eenzelfde behandeling van haar. En met een "fine, goodbye" stoof ze weg.

Maar nu had ik wel rust. Deze skitrip was een gok. Ik geloof dat ik verloren heb. Dat we verloren hebben? Wer hat verloren. Ich mich? Du dich? Oder... oder wir uns!? De tocht was mooi, de toevallige medereizigers waren leuk, het was bij vlagen gezellig, maar het heeft de boel waarschijnlijk alleen erger gemaakt. Nu maar zien wat de komende dagen brengen. Ik hoop dat tijd deze wonden heelt.

Het is overigens zeer wel denkbaar dat lezers zich nou hard afvragen wat er eigenlijk gebeurd is. Wat deed ik dat Tana ertoe noopte mijn moraliteit in twijfel te trekken? Wat zei ze dat zo’n schop in mijn gebit was? Helaas, lezers, dat weten alleen Tana en ik, en dat gaat waarschijnlijk zo blijven. Niet alles is geschikt voor een blog.

17 April 2009

Eén keer trek je de conclusie

Emigreren is dé manier om het verschijnsel vriendschap eens uit te testen. Het trekt een wissel op de vrienden die je achterlaat. Het legt zware druk op de vrienden die je maakt. Je hebt geen lange historie samen, je weet nauwelijks wat je aan elkaar hebt. Wie je vrienden zijn wisselt steeds, omdat er nog geen tijd is geweest voor een grondige selectie.

Nieuwe vriendschappen sneuvelen, omdat mensen niet zijn wat je denkt dat ze zijn. Of omdat culturele verschillen toch in de weg zitten. Niet iedereen zit te wachten op de botte directheid van die Nederlanders. Of omdat iedereen een wetenschapper is, en iedereen rusteloos over de aarde zwerft. Omdat als het gaat om geld, als het gaat om vrouwen, als het gaat om alles wat ze lief is, je vermeende vrienden je toch niet vertrouwen.

Oude vriendschappen sneuvelen, omdat je, als je tijdens de zeldzame momenten dat je elkaar ziet een probleem krijgt, er daarna geen gelegenheid is om lijmwerk te doen. Lijmwerk kost tijd. Of omdat het contact verzandt, en er op een gegeven moment zo'n magische grens wordt bereikt waarbij mensen geen contact meer durven opnemen, al zouden ze het willen.

En hoogmoed komt voor de val. Schrijf een postje over dat vriendschap het leven kleur geeft. De hemelgoden pakken je terug, door met hele andere schakeringen te komen dan je verwachtte. Waarschijnlijk ben ik te naïef, maar dat wil ik graag zo houden. We gaan zien waar dat heen gaat. En in de tussentijd houd ik me maar voor dat je in ieder geval veel leert van dit soort grollen.

Lente, geen lente

Ik had sinds we terugkwamen van de Paastrip op mijn to do list staan dat ik een postje moest schrijven over dat het hier lente is. Het had stevig gedooid met Pasen, en toen we terugkwamen in Tromsø was er al ontzettend veel sneeuw weg. Ik kon van huis naar mijn werk fietsen met alleen ijs en sneeuw op Heimveien zelf, en op dat verraderlijke stukje even verderop waar ik vorig voorjaar nog op mijn plaat gegaan was met de fiets. En er groeit nog niks, maar zo voelt het toch als lente! Ik had met Allard ook al het 1e biertje buiten in de zon gedaan. Op een terras wat ze uit de sneeuw hadden moeten graven; naast de tafeltjes lag nog een plak sneeuw van een halve meter. Maar wat gaf het.

Maar er was gisteren en vandaag toch weer 20 cm sneeuw gevallen. Daar gaat je lentegevoel! Mocht vanochtend mijn fiets weer naar de weg dragen...

Vriendschap geeft het leven kleur

Aan de andere kant van de oceaan zijn veel dingen goedkoper. Op heel veel plaatsen, eigenlijk, maar de andere kant van de oceaan, daar gaan ook met regelmaat mensen naartoe. Tana moest in Canada zijn, en bood aan een iPod voor me mee te nemen. Best kans dat ik over een tijdje moet verhuizen, en dan kan je beter een iPod bij je hebben dan een verhuisdoos vol CD's. Dus ik zei ja. En koos uit patriottische neigingen (of was het toch mijn hang naar kitsch?) een oranje. En die kreeg ik!


En Tana houdt van me dus ze had ook een kadootje meegenomen. Een sportshirt. Zo'n heel snel droge. En om niet helemaal opgehelderde reden had ze een babyblauwe voor me uitgezocht. Maar ik ga hem met trots dragen!

Verder vond ze ook nog oranje (!) reflectiebanden met een Canadees vlaggetje. Die kon ze ook niet laten liggen. Dus nu kan ik in babyblauw gepavoiseerd met oranje en gehuld in een lichte maple syrup zweem, naar Doe Maar luisterend het op een sporten zetten! Het leven is één groot feest.


En iets minder letterlijk gaat de titel ook op. Wie zich het postje "het kan nog veel gekker" heeft gelezen kan zich misschien mijn gemopper op Audun herinneren. Om de één of andere reden (het mysterie man!) lijkt het feit dat ik publiekelijk op hem heb staan kankeren een verschil gemaakt te hebben. Of iets anders onbestemds. In ieder geval, de kou is uit de lucht! Heb gister heel genoeglijk hem en Helgard mijn IJsland foto's laten zien.

En dat eindigde zoals het hoort te eindigen: alle aanwezigen comfortabel uitgesmeerd over een bank, gemoedelijk bomend, met een leeg rakende fles op tafel. Die ik overigens zomaar in mijn handen gedrukt had gekregen door onze onderzoeksdirecteur. Die had een fles wijn gekregen als dank voor een gehouden praatje, maar hield niet van deze wijn (of wijn in het algemeen, daar wil ik vanaf zijn), dus zodra ik hem met volle handen bij een dichte deur trof en hem hoffelijk binnenliet kreeg ik die in mijn mik. Ik klaag niet! En proost! Op vriendschap.

14 April 2009

Auto zaken

Een oude auto en een nieuwe chauffeur. Dat vraagt om complicaties! Zo is daar bijvoorbeeld het, als nieuwbakken automobilist, niet op de grote neus van je auto letten als je in een white-out, op een glibberige weg, om allerlei vuilnisbakken heen manouvrerend, je auto keert. Het kan zijn dat je dan een nieuw afdekplastic voor je knipperlicht moet kopen.

Wat ook kan is dat het rubber van je banden oud en bros wordt. En dan kan je een lekke band krijgen. Zomaar, omdat het rubber scheurt. Dan heb je een nieuwe band nodig.

Gisteren ging ik op een roadtrip. Een queeste naar een gerepareerde band, en het plasticje. Al snel was die 1e missie gefaald; dat ding was niet te repareren. Maar ik had in een wip een frisse nieuwe band onder de motorklep. En het plasticje ligt achter de bestuurdersstoel!

Als ik eraan toe kom dat ding op zijn plek te schroeven is de auto weer als nieuw!

Terwijl ik bij de bandenservice stond werd ik gebeld. Rafael wilde de auto lenen; zijn vriendin had helaas haar been gebroken met skiën, en moest naar het ziekenhuis voor een röntgenfoto.
Wat natuurlijk mocht. En hij uitte zijn dankbaarheid met behulp van.... iets! Brokken! Geen idee wat het was, maar het was lekker.

Rafael presenteerde dit als "taart". Het is duidelijk spannender dan dat!

Later bleek dat ze de volgende ochtend vroeg terug moest voor een operatie, en daar was de auto ook handig voor (het transport in ieder geval.) Wat wel zou zeggen dat hij de auto die avond hield; precies de avond dat ik de band had willen wisselen. Nou heeft hij het gedaan! En zo is het ding klaar voor de volgende uitleenbeurt: vanmiddag komt Eeva het ding halen, om Elvin de charmante hond terug naar huis te brengen. Een erebaan.

Kijk nou toch wat een mooie nieuwe band

Spijkerbanden werden hier al bijna achterhaald; het was ontzettend lente met heel veel graden in de plus, en rap minder wordende sneeuw. Maar gisteren en vandaag begon het toch weer met sneeuwen, en 's nacht vriest eventuele overdag gesmolten prut were tot ijs, dus zijn ze nog even best zinnig. En die hond moet nog een stuk verder naar het noorden.

Dat knipperlicht, dat doe ik later nog wel eens. Maar intussen gaat het goed met het blikje, en wordt hij heel nuttig gebruikt!

12 April 2009

Pasen, en tweede kans

Vorige Pasen was geweldig, met zeven leuke mensen in een hutje, prachtweer, en dan overdag skiën. Helemaal goed! Ik was een beetje van plan om dit jaar zoiets zelf te organiseren. Maar ineens werd het een onoverzichtelijke tijd, en iedereen had al veldwerk of watniet, en zo kwam het er niet van. Het idee kwam in me op de poroaita expeditie nog es over te doen, en dan níet op dag 2 ziek te worden. Allard was daar wel voor te porren. Verder wilde men het hoogstens in overweging nemen. Dan met zijn tweeën! Wel spannend; toen we nog samen waren hadden we enigszins de neiging elkaar op vakantie volkomen het land uit te vechten. Roemenië '99 was een geweldige vakantie, maar dat lag niet aan de onderlinge harmonie. Kijken hoe het nu zou gaan...

Woensdag achtte Allard zich in staat te vertrekken. We sliepen goed uit, pakten de auto in, en gingen op weg. De 1e keer dat ik het hele stuk naar Kilpisjärvi rijd! Verder dan de Finse grens was ik nog niet geweest achter het stuur. Nu wel! Eitje. Maar het weer was ook prima. Allard hing de hele tocht kwijlend uit het raam omdat het zo móói was. En dat is het!

In Kilpis deden we nog even een broodje, en toen konden we. Half drie begonnen we. Wat laat, maar de dagen zijn lang. Het was even gedoe een evenwicht te vinden tussen de hoeveelheid wrijving die je nodig hebt die pulk te trekken, en hoeveel zo veel is dat je niet meer kan glijden. Maar we vonden wat, en gingen op weg. Allard was nog niet helemaal top, maar stond er wel op de pulk te trekken, die hij vloekend en klagend langzaam de heuvel op sjorde. Ik navigeerde ons over het zomerpad, dat nu natuurlijk niet te zien was, maar wat je met behulp van de poroaitat en meertjes en pieken toch wel kan vinden. Toch ging ik ergens bij een kwijt meertje twijfelen. We zagen een gemarkeerde route een eindje verderop, en volgden die toen maar. Een ergens van de route af zijn tent opzettende Sami kon ons vertellen dat het inderdaad naar de hut ging. Door het witte niks (het zicht was niet heel best) zetten we koers, en waren inderdaad keurig met etenstijd in de hut. Daar waren al twee kerels met twee kinderen, die allemaal (!) ook met een pulk op weg waren. Om een uur of acht dook er nog een Fins gezin met drie opgeschoten jongens op. Het werd dus wat proppen... maar niemand klaagde.

Het zicht naar achteren op dag twee

We hadden een gemarkeerde route, maar Allard hield toch de kaart in de gaten

Ik sliep als een blok. Allard helaas niet. Ik werd kwart over zes wakker, toen de vier Finnen al klaar stonden te vertrekken, en Allard ook al helemaal aan het ronddarren was. Ik kwam er ook maar uit. Zo hebben we flink aangekeuteld 's ochtends, maar waren we toch 's ochtends om half negen al weg.

Het zicht was nog steeds pet. We gingen nog steeds door wit niks. En de wind stak op. Toen we een pauze hielden ergens onderweg had ik even een dip. Waarom deed ik dit? Waarom was ik mijn poten eraf aan het vriezen? Had ik in IJsland al gedaan, en daar was zowel landschap als weer veel mooier, en kreeg ik er tien reisgenoten bij. Maar even verderop dook ineens Kuonjarjoki op, de hut waarin ik met oud & nieuw ziek had liggen zijn. Daar deden we een lekkere warme lunch en een flinke bak koffie, en besloten we toch door te gaan, en wel naar get hutje waar Eeva en Sanja de vorige keer beland waren. Ik had foto's gezien, het was een heel schattig hutje!

Het landschap was nog steeds één witte blur, maar in ieder geval gingen we nou lekker, want ik had de pulk, en ik was wel fit, en heb helemaal geen last van dat ding. En de beloning kwam: we draaiden om de voet van een heuvel heen, en plotseling doken er kliffen op! Het grote niets was doorbroken! Dat geeft de burger moed. Onder de indruk manouvreerden we ons een weg, nog ssteeds langs de aangegeven route, naar de volgende hut, waar we zouden beslissen wat we verder zouden doen.

De kliffen waaronder het hutje ligt. Allard is het figuurtje achter de boom.

Meekonjärvi, waarvan je aan de buitenkant helemaal niet kan zien dat het een nieuw strak hutje is.

Dit was een gloedjenieuw hutje. En we troffen er het eerder vertrokken Finse gezin weer aan. En nog een Fins vader-zoon koppel. Die kondigden aan verder te jaan naar Jogasjärvi, hetzelfde hutje als wat wij voor ogen hadden. Wij aten en dronken wat, en gingen er achteraan. Het weer was een beetje op aan het klaren, en de hemel was niet meer homogeen grijs. Ons daarover verheugend ski'den we over het meer richting Jogasjärvi, wat we al vrij snel konden zien liggen. En gek genoeg zagen we vrij snel twee figuurtjes er weer vandaan skiën. Zou het vol zijn? Zouden het de twee Finnen zijn die niet een hut met ons wilden delen? Toen we er zelf aankwamen kregen we antwoord. Er kwam een dame naar buiten, die vertelde dat zij daar sliep met haar reisgenote, en dat laatstgenoemde helaas ziek was geworden. Het was een ziekte die in Turku, waar ze vandaan kwamen, flink om zich heen had gegrepen. Wij kozen eieren voor ons geld en zetten ook koers naar de volgende hut. Ik had geen zin nog es ziek te worden, en al helemaal niet een ziekte die iets te maken had met diarree en over je nek gaan.

Het klaarde op! Ongeveer.

Om zeven uur 's avonds bereikten we porojärvi. Het zag er vol uit: er stond al een tent naast de hut, en er was een iglo gebouwd. Allard wilde per se nog een keer in de tent slapen, dus dat gaf helemaal niks. We zetten het ding op en gingen naar binnen. Daar troffen we de vader en de zoon weer aan, en nog een stille Fin, en een stel dat bij de hondenslee hoorde die buiten stond. Later kwamen er nog een moeder met een dochter aan. We kookten ons prakkie, maakten ons populair met de meegenomen whisky, en taaiden af. Allard lag zich te verkneukelen in zijn -10 slaapzak, en mij uit te lachen omdat ik kleren aanhad in mijn slaapzak. Maar daar heb je me niet mee. In IJsland het koud genoeg gehad. Ik sliep als een prinses, en werd 's ochtends wakker om van Allard te horen dat hij wakker was geworden van de kou, en zijn donsjack aangetrokken had. Gaf me wel weer een arctic hero gevoel. Ook het geroutineerd de tent opzetten, en koken op de whisperlight (die overigens zwak brandde), alles terwijl Allard een beetje appelig toekeek.... ik heb toch wel wat geleerd tijdens alle Beunhaas winterhikes. Allard ging wel heroïsch water halen, wat een stuk spannender was dan het klonk, want dat geschiedde met behulp van wakken in het ijs, die niet goed zichtbaar waren. Maar de schade bleef beperkt tot een natte schoen en sok.

Porojärvi, met iglo en naderende Fries

De honden van de hondenslee

Porojärvi was wel een oud, sfeervol hutje

Het was 's ochtend druk in de hut, dus ik stelde voor onze koffie bij de tent te zetten. Maar de whisperlight wilde niet meer. Daarmee was ook meteen de mogelijkheid voor kamperen verder bekeken. We hadden het idee het rondje vol te maken en te zien of we in één dag Termisjärvi zouden halen, maar dat deden we nu maar niet. Dat is geen gemarkeerde route dus dat moet je navigeren,e n als het zicht slecht is is dat moeilijk, en het is überhaupt geen route, dus je moet je eigen spoor trekken wat vermoeiend is. Dus of je zo'n hut dan haalt moet je maar zien.

Allard had vellen nodig. En de sneeuw hier was zacht...

Op weg naar een struik om mijn blaas tegen te ledigen donderde in nog door de sneeuw het meer in. Mijn beurt voor een natte schoen! Ik rolde snel om en weg, maar bij het opstaan zakte ik er gewoon nóg es door. Toen heeft Allard me daar maar weggesleurd...

Erg fris waren we niet, dus lekker veel snaaipauzes nemend zetten we weer koers naar Meekonjärvi, waar we zouden lunchen. Ter plaatse troffen we een hele kolonne sneeuwscooters met slees erachter aan. Bleken wat Sami te zijn die groepsreizen organiseerden. Kan je een weekje in Kilpisjärvi zitten en dagtochten doen. Dit was er dan een waarbij ze met genoemde scooters naar Meekon werden gereden, en dan nog 17 km heuvelop, en dan konden ze zelf naar beneden skiën met zijn 21-en. En dan hup weer een slee in en terug.

De batterij scooters en alvast de 1e Finse skiërs.

Dit is het interieur van Meekonjärvi, waarbij het wél opvalt dat het nieuw is. En nu gepavoiseerd met lunchende Fries.

De 21 Finse skiërs in de slee terug naar Kilpis.

Wij zopen ons scheel aan koffie en gingen verder. Op naar Kuonjarjoki! Deze keer was het weer een stuk beter, dus zagen we zowaar iets. Vooaral een witte, golvende horizon tegen een grijze achtergrond.

Typisch zicht: de markering, de horizon, en verder eigenlijk niets.

De gevreesde "ABBA-ski's"; als je dat hebt kan je glijden vergeten.

Om een uur of zes waren we ter plaatse. Er stond een hond buiten, en een rij enorme ski's tegen de muur. Tot onze verbazing troffen we alleen geen reuzen aan, maar een hele rij kleine Finse meisjes. Finnen schijnen last te hebben van zachte sneeuw, en ook als opdondertje op 3 meter lange zware houten ski's te skiën. Veel lift! Maar hoe je ze de bocht om krijgt? Finse ski's hebben ook van die liberale bindingen, waarmee je er met vrij uiteenlopend schoeisel in kan. Veel skien op enorme rubber laarzen waarin nog plaats is voor een dikke centimeter isolatie. Toch leuk, die lokale verschillen. En hun pulks hebben gekruiste stangen...

Allard als schaalpoppetje bij de Finse reuzenski's. Bedenk ook dat ze ín de sneeuw staan, niet eróp. De hond kon een schaalpoppetje als sjansobject niet weerstaan...

Reuzenski's met Finse bindingen

De charmante hond, die meestal heel stoer op een hoge sneeuwhoop op wacht zat

Al snel dook er aan de horizon een figuurtje op. Het bleek een Schot, die heel Noorwegen aan het doorskiën was. Hij was begonnen in de buurt van Kristiansand, en nu op weg naar Kirkenes. Daarvandaan zou hij terugkajakken naar Oslo. Sodemieters!

Ik voelde me erg vies, dus ik besloot een sneeuwdouche te nemen. Het was één graad boven nul! Dan kost het weinig zelfdiscipline. Helemaal opgefrist kookte ik eten voor Allard die flink gaar was. En na het eten naar bed. Ik had flink veel water zitten zuipen, dus ik moest er om kwart over drie nog even uit. Zo zag ik een hele mooie ochtend! En gaf de hond nog even een knuffel.

De volgende ochtend pakten we weer in, zeiden de Schot gedag, en togen op de laatste etappe. Het was ineens mooi weer! Toen we vertrokken woei het nog hard, dus hadden we hoofd en handen goed winddicht verpakt, maar al snel ging de wind liggen, en won de zon aan kracht. Het ene kledingstuk na het andere kon uit.

De laatste ochtend: mooi weer!

Het werd een gemoedelijke dag. Omdat het zo warm was werd de sneeuw heel nat en glad, en dan heb je er geen grip meer op. Als je de pulk dan op iets anders dan een helling naar beneden moet trekken heb je echt vellen nodig. Maar het was mooi weer, er was geen haast, dus we konden bij iedere helling naar eigen inzicht vellen opplakken of ze er weer af halen. Net zo makkelijk. We hadden zelfs nog een snaaipauze op een plakje mos. Het was lente! Zover het oog reikte was de wereld nog wit, maar waar we zaten was de sneeuw weg.

Lente!

Twee coole skiërs

Omdat het spoor vrij veel naar beneden liep waren we snel in Saarijärvi, de hut waar we de 1e nacht hadden overnacht. De laatste tientallen meters ski'den we overigens door de regen. Het was wat onbestendig weer aan het worden. We hadden weer ruim de tijd voor een sloot koffie, en dan het laatste stuk, wat wat saai is omdat het vrij veel over meren gaat. En de idylle is wat weg: zo dicht bij Kilpisjärvi hoor je de hele tijd het "njeeew, måååå, vraááap" van de sneeuwscooters. Je komt er dan ook vrij veel tegen al. Vaak geen Sami met een flink slee achter hun scooter, maar snelle jongens in snelle pakken die gewoon een beetje aan het klieren zijn.

Allard die voorbij gereden wordt door twee scootermafkezen

Een poroaita. Misschien wel dé poroaita!

Omdat ik een beetje last had van mijn voeten, en die pulk al zowat de hele weg achter me had gehad, bood Allard aan alle bagage te nemen. Zo kon ik snel naar beneden glibberen. Eenmaal op het steile, door scooters stukgereden stukje naar Kilpis zelf moesten we dat even heroverwegen; dat lukt niet met een topzware pulk. Even later waren we terug bij de auto, die er gelukkig nog stond. We laadden de hele mik weer in, deden nog een kleffe sandwich, en reden terug naar Tromsø. Alweer in de bebouwde kom hoorden we ineens een raar geluid. Allard opperde dat ik waarschijnlijk een lekke band had. En jawel! Maar in een wip wisselden we de band (ik rijd nou op drie spijkerbanden en één zomerband), en brachten de nieuwe op spanning bij een benzinestation. Zo kwamen we met weinig vertraging weer op Heimveien aan. Uitladen, douchen, bier! Dat hadden we wel verdiend.

Het gevaarte dat Allard aanbood te trekken (gelukkig wel alleen op vlakke stukken en helling-af)

Mijn 1e lekke band! Met een auto, dan.

En we konden terugkijken op een geslaagde Pasen. Allard was helemaal onder de indruk van de uitgestrekte leegte van Fins Lapland. Hij gaat de "nordic" landen nog missen als hij teruggaat naar Nederland. En sommige dingen veranderen nooit, maar andere weer wel: deze keer hadden we helemaal geen ruzie of gelazer gehad! We zijn in de afgelopen tien jaar aanzienlijk leukere lui geworden... kan je nagaan hoe leuk we over nóg tien jaar zijn!

07 April 2009

Schat, ik ben thuis!

Soms verandert er niets. In januari kwam Allard hierheen, nieuwsgierig naar mørketid. We hoopten korte skitochten te kunnen doen, sfeervol, in het schemerlicht. Maar het regende dat het goot, en ik was bij aan het komen van een voorhoofdsholteontsteking. Hij heeft me een beetje moeten verplegen. Vergeet dat skiën dus maar. Duisternis kreeg hij overigens wel! Het was niet allemaal vergeefs.

Bij weggaan kondigde hij aan later in het seizoen nog es terug te komen om het skiën in te halen. En het seizoen schreed voort en voort. Ik meende al dat het een loos voornemen was! Maar vrij kort voor Pasen kreeg ik ineens mail. Of hij mee mocht met wat ik met Pasen van plan was. En natuurlijk mag dat. Dus ik verwachtte hem zo witte donderdag of zo. Maar neen! De vrijdag vóór Pasen (dus niet goede vrijdag) kwam hij al aan.

Het was schitterend weer: zon, vorst, wat wil je nog meer. En ik had nergens een ontsteking deze keer. De goden waren ons welgezind! Zaterdag deden we inkopen, en haalden we zijn bagage van de luchthaven (die had het 2e vliegtuig gemist), en al dat soort voorbereidende dingen. De bagage bevatte ook zijn hoge verwachtingen geschapen hebbende pulk! Hoe heet zo'n ding in het Nederlands. Bagageslee? Wie zich afvraagt wat hij of zij zich erbij moet voorstellen diene even terug te bladeren naar de blogpost over de First International Poroaita Expedition, of de post er even na, met wat extra foto's. Het is een mooi dingetje! 's Avonds deden we pizza bij Mats de Fin, en een biertje bij Rafael. Misschien werden het er enkele.

Zondag wedern we wakker in een mooie dag. Die moest uitgebuit worden met pulktestactiviteiten! Het ding was gloedjenieuw. Ik was gaar als een konijn maar het moest er toch van komen. We plukten Helgard van het vasteland en togen naar Håkøybotn. En het prachtige landschap en de frisse lucht deden wonderen. Allard was zo maf die pulk de heuvels in te sleuren zonder vellen onder zijn ski's, en dan ook nog es steiler dan wat ik zelf ooit met zo'n ding heb gedaan. Halverwege deed hij toch maar vellen onder, maar het waren smalle kortfell, en ze bleven nog es niet zitten ook. Maar we kwamen er!

Toen begon het moeilijke stuk. Naar beneden! Voor het steile stuk liet ik mijn korte vellen er maar onder zitten. Allard niet, die ging onbevreesd en geheel velloos met pulk en al naar beneden, geregeld een sneeuwduik moetende maken. Dat komt wel goed dus. Na afloop aten we bij Helgard en Carsten, en togen huiswaarts. Maandag zou ik nog werken, en dan zouden we dinsdag weggaan.

Maandag kwam ik na een redelijk lange werkdag thuis. En kon "schat, ik ben thuis!" roepen. Dat gebeurt me niet vaak. Best bijzonder, zoiets. Het heeft wel wat! Toch gek dat als je maar 2,5 jaar bij elkaar bent, en een groot deel ervan elkaar de tent uit vechtend, en dan tien jaar uit elkaar, en dat het dan toch vertrouwd aandoet als je thuis komt met de boodschappen op je nek en er een gare Fries op de bank ligt. Arme Allard was een beetje ziek geworden! Dat wordt dus even uitstel van zaken. Maar het is wel mooi symmetrisch nou: de vorige keer wilde hij skiën maar moest mij verplegen. Nou wil hij skiën en moet hij zich door mij laten verplegen... maar er is nog zat tijd, dat skiën gaat nog wel lukken!

03 April 2009

Ze blijven leuk

De generatie NP-ers waar ik bij hoor is helemaal verslingerd geraakt aan Pompel & Pilt. En nu hebben we een nieuwe generatie! Die wilden we daar ook kennis mee laten maken. Helaas, dat lukte niet.

Helgard organiseerde een P&P avond, maar toevallig zaten van onze drie nieuwkomers er eentje op Svalbard, eentje in Stockholm en eentje was bezig met verhuizen. Maar wat maakt het uit. Kijken we gewoon toch! En we hadden een nieuwkomer, wel niet nieuw in NP, maar nieuw voor P&P: Tordis, onze frisse 65-jarige. Die zat destijds net in de verkeerde leeftijdscategorie en kende het helemaal niet.


Het blijft leuk, die volkomen maffe kinderserie. En ik was een beetje gaar, en dan is languit op de bank naar Pompel & Pilt kijken, onderwijl een beetje in Elvins vacht kroelend, een uitstekend plan.

Helgard is ook van Elvins charmes onder de indruk

Aan het eind vond Tordis, die het net zo geweldig vond als wij, het niet meer vreemd dat aan het begin Sanja had verklaard dat ze vond dat ik eruit zag als een fietspomp. Verder vond ik het wel schattig dat ze moederlijk aan Audun vroeg wat die er vroeger nou zo eng aan had gevonden... en dat zeker 100 kilo onbevreesde buitensporter dan beteuterd zegt: Gorgon Vaktmester!

Dat ik de daadwerkelijke poppen nog aangetroffen had in het Folkemuseum in Oslo deed hem overigens hardhandig terugkeren naar het heden: "als ze je jeugd in het museum zetten, dan ben je wel écht oud..."