12 August 2008

Beunhaas doet de Pyreneeën - deel 1

"Are you sure you want to go?"
Tana zou me naar de luchthaven brengen. Een kwartiertje voor ze bij me voor de deur zou staan kreeg ik dat SMS'je. Ja, ik weet het zeker; de tickets zijn geboekt, de Beunhazen verwachten me, mijn moeder verwacht me... maar het blijft gekkenwerk, het prachtige Tromsø verlaten teneinde twee dagen te reizen en daarmee in lelijke, afschuwelijk hete contreien te belanden. Maar ik was al twee jaar niet met Beunhaas mee geweest in de zomer, en dit jaar kon het, dus gebeurde het!

Op Oslo Gardermoen kocht ik nog wat Noorse strips, en Breakfast at Tiffany's in het Noors, voor zowel de reis en de tocht. Goed om wat te doen bij je te hebben, en goed om in drie weken Nederlands en eventueel Frans praten je Noors niet te verliezen.

Het werd een korte nacht in Amersfoort. De internationale trein die me naar Banyuls sur Mer, het beginpunt, zou brengen, ging vroeg uit Amsterdam. En daar moest ik vanaf Amersfoort nog heen. Zowel Lien en ik sliepen wat onrustig, wegens de imminente wekker en een heftig langskomend onweer.

Keurig op tijd arriveerden we op het station, alleen om daar een NS-medewerkster te vinden die meldde dat er helemaal geen treinen reden. Die onweersbui had meer schade aangericht dan alleen aan onze nachtrust. En de NS was bussen aan het regelen, maar dat ging nog even duren, en mijn enige hoop was een taxi. Gelukkig pik je Schipholgangers er makkelijk uit, en kon ik een taxi delen. Naar bleek met een kerel die voor de VN op weg was naar Darfur. Gezellige vent! Zo kwam het toch nog goed.


Soepel belandde ik in Brussel. Het bleek dat mijn kaartje voor de TGV niet van een stoelreservering vergezeld ging. Dat werd zitten op een bagagerek. Niet helemaal optimaal maar het ging. Verder bleek ik geen kaartje te hebben voor het stuk Valence-Perpignan. Rare boel! Maar ze geloofden dat het niet met opzet was en zagen het door de vingers. Zo kwam ik zonder grote problemen, maar wel moe, in Banyuls aan. Het was er heet, en er was geen hiker te zien op het station. Na een tijdje doken Marijn en Maaike op aan de horizon om me af te halen.

Op een terrasje ontmoette ik de rest. Met een groot glas water en een biertje voelde ik me al wat minder gaar. En goed iedereen weer te zien! Ik dacht dat we nog een hapje zouden eten op de camping, en dat ik dan naar bed zou kunnen, maar het ging anders. Er was om negen uur gereserveerd bij een restaurant waar men het viergangenmenu wel aantrekkelijk vond. En na het eten lokte de zee. Ook mij. Was lekker om te zwemmen in water waarin je niet koud wordt! En daarna togen we campingwaarts voor een, wederom te korte, nacht.

's Ochtends trokken we nog even koffie uit een bij de camping horende automaat, en vertrokken. Het was warm en de omgeving was beschaafd. Ik had moeite erin te komen. Al een eind voor de lunch was ik raar in mijn hoofd, moe, deden mijn voeten pijn en zat mijn rugzak niet lekker. Voor de lunch vonden we een plek in de schaduw, waar ik snel in slaap viel. En met hoofdpijn weer wakker werd. Ik denk dat de hitte en het slaapgebrek aan het opspelen waren.

Het begin: de bebouwde kom van Banyuls uit...

1e dag: zon, grind en uitzicht op zee.

Roelof ging ook in de lijk-stand in de lunchpauze

Gelukkig was de 1e dag een korte. We vonden een kampeerplekje bij een beek. En daar werd het leven weer goed. Ik heb nog een flinke siësta gehouden. En de beek was groot genoeg om als ligbad te dienen. Ik denk dat als er nog wandelaars langs gekomen waren ze niet hadden geweten wat ze zagen: om de twintig meter een naakte Nederlander languit in de beek...

Nieuwsgierige passerende koe inspecteert Marijns kookkunst

Ik had een goeie nacht gemaakt, dus de 2e dag ging een stuk lekkerder. Het landschap was nog steeds bij lange na niet zo mooi als nabij Tromsø, en het was nog steeds heet, maar dat was allemaal wel draaglijk.

Soms valt op dat het een grensstreek is

Lunchpauze in de schaduw

Sfeervolle GR-markering

Bij een laatste bron tankten we ons helemaal vol, want we zouden kamperen op een veldje zonder water. Het was wel een mooi veldje. Met ook koeien, en een mooie zonsondergang.

Henco ziet in dat het bronnetje voor meerdere doeleinden gebruikt kan worden.

Terwijl Henco en Maaike water tanken sjanst Marijn met een passerende ezel

Vanwege de zweterige dag had ik last van mijn lenzen, en ik deed ze vroeg uit. En zag in het spiegeltje dat niet alleen mijn lens opkreukelde toen ik hem probeerde te pakken, maar mijn oog ook. Ik schrok me dood. Marijn constateerde hoornvliesschade. Dat ging lopen zonder lenzen worden verder. En hopen dat het vanzelf overging!

Zo hoort het: blije mensen.


Ik heb niet alleen een hekel aan vies mijn slaapzak in gaan, maar ook aan niet genoeg water te drinken hebben, dus ik koos ervoor me niet te wassen. En als je plakkerig bent slaap je niet lekker. Dat werd weer een minder goeie nacht.

De volgende dag liepen we eerst naar het dorp voor koffie. En daarna er weer uit. Over asfalt. En nog wat asfalt. En grindwegen. En nog meer grindwegen. Al heel snel deed het erg pijn. Niet alleen bij mij; Jitske liep ook vloekend over de veel te vlakke weg. Deze liep gelukkig nog langs het een en ander aan ruïnes, maar het bleef een weg. Een keer of drie konden we er vanaf, en een klein stukje over een lief paadje, maar dat was meer om in te wrijven dat we altijd snel weer op een weg uitkwamen dan dat dat het verlichting gaf. Steeds ellendiger, en steeds sneller, probeerde ik eroverheen te raggen, met het idee dat hoe sneller je loopt hoe sneller je van die weg af bent.

Die zonnebril kon al snel de bagage weer in. De bril op sterkte moest weer op...

Nienke, die met haar peesblessure voorzichtig moest zijn, had ook sportschoenen bij zich, voor de stukken gebaande weg. Waarvan we er helaas veel en veel teveel hadden.

Geen tijd om te kijken wat dit ooit geweest was... maar het was wel mooi.

Marijn had nog een ellendig bramenveldje uitgezocht voor de lunch. Je moest ervoor een hek bedwingen. In dat proces zag ik kans mijn slaapmatje open te halen aan prikkeldraad. Was te voorkomen geweest, maar ik was bloedsjacherijnig, en had even niet meer de energie om op dat soort dingen te letten.

Dit geeft aardig aan hoe de dag eruit zag.

Later zou er nog een bron zijn. Op het punt in kwestie aangekomen te zijn bleek dat het water onder een putdeksel stroomde. Gelukkig waren er net mannen van de waterleidingdienst bezig met iets epibreren, die bereid waren het deksel te openen, en met een emmer water op te takelen. Ze kwame zelfs met ijs aan! Helden.


Zo hadden we meer water dan nodig was. En je wil niet met meer sjouwen dan nodig is, dus dat moest weg. Er zat weinig anders op dan een heerlijke kouwe douche nemen!


Intussen strekten de kilometers grind zich nog steeds voor ons uit. Ik was blij dat ik heel fit was, want zo kon ik met de koplopers mee hotsen. De koploper was tegen het eind Marijn, die merkwaardigerwijs niet erg begaan leek met letten op dat degenen achter hem zagen waar hij heen ging. En voor het eerst in mijn leven had ik zóveel pijn gecombineerd met zóveel fitheid dat ik zelfs mijn pas moest inhouden om met hem op te lopen.

Geweldige wegwijzers... allemaal informatie en afstanden, en dan grote stickers "INCORRECTE" eroverheen...

Het laatste stukje werd nog even verergerd doordat de grindweg ineens in een betonweg veranderde. Alsof het nog niet erg genoeg was! Maar gelukkig was het maar een klein stukje.


Eindelijk zag ik het eindpunt gloren: een berghut. Die dicht was. Maar er was wel een bron beneden. Na even met mijn enorm pijnlijke voeten omhoog gelegen te hebben ging ik me daar wassen. Ik kreupelde de trap af, en stak mijn voeten in de bak ijskoud water. Instant verdoving! Heerlijk. En dan nog een douche. Water over je rug. En in die bak kon je ook liggen. Heerlijk. Binnen no time stond er een hele kudde Beuntypes in verschillende graag van ontkleding, en verschillende graad van waardering van de watertemperatuur, zich daar op te frissen.

Door de bomen zie je net de hut. Wat was dat een goed gezicht!

Ik voelde me daarna weer top. Gelukkig maar, want Jasper was helemaal op en hield zich bezig met een zeer geslaagde imitatie van een Egyptische mummie, en Jitske was zich dapper door een sloot suiker-en- zoutoplossing aan het worstelen, omdat die te veel gezweet had en te weinig bijgevuld. Gelukkig was er lekker eten en whisky. En weer een lekkere nacht buitenslapen.

De dag erna begon beter: mooie paadjes. We liepen eerst naar een heuveltop met de een of andere mast erop. Helaas moesten we daar constateren dat Jitske, Maaike en Jasper zoek waren. Roelof meende te weten waar het mis gegaan was. Jeroen en Henco besloten ze tegemoet te lopen, twerijl wij achter bleven in de hoop dat ze toch nog opdoken of contact opnamen. Dat laatste deden ze op een gegeven moment ook. Besloten werd allemaal naar de lunchplek te gaan en daar dus weer bij elkaar te komen. Alleen hadden wij geen kaart meer. Jeroen beloofde tekens achter te laten, zodat wij het ook zouden kunnen vinden.


Door mooi landschap volgden we de richting die Jeroens loopstokken aangaven. Al was er wat twijfel of dat niet gewoon weer terug leidde. We besloten zijn oordeel maar te vertrouwen.


Meer dan twee stokken had hij niet, dus bij de volgende splitsing moets hij wat anders verzinnen. We zagen een pijl van takken op het pad, en sloegen die richting in. Alleen om na een uur terecht te komen op het punt waar zou blijken dat de drie dwalers het verkeerde pad ingeslagen waren. En geen Jeroen en Henco te zien.

Balend, pijnlijk en moe liepen we maar weer terug naar de pijl, en vonden een eindje verderop een boodschap op een wegwijzer. Daarvandaan was het eitje om hun schreden te volgen. En aan het eind was er nog een verrassing: een opduikende Jeroen. Die bood aan Nienkes rugzak te dragen, maar daar was ze te koppig voor. Toen bood hij het mij maar aan, en daar hoefde ik niet lang over na te denken. En een paar minuten later voegden we ons weer bij de rest.

En wat bleek nou: ze hadden zelf bij pijl en wegwijzer lopen dralen en twijfelen. De pijl was door anderen gelegd, en ze hadden het onbeleefd gevonden om die weg te halen. Misschien had iemand hem nog nodig! En abusievelijk meenden ze dat we eerst de wegwijzer tegen zouden komen. Maar dat was dus niet zo.

Amélie-les-Bains. Zo ziet het er nog wel okee uit... het was een hels oord.

Zo hadden Nienke en ik pijn, en voelde Henco zich heel schuldig. Misschien Jeroen ook wel. Maar de dag was niet als een heel lange loopdag bedoeld, dus we konden toch nog binnen redelijke tijd op het eindpunt aankomen. Dat was de camping in Amélie les Bains. Een heilloos oord. Heet, stoffig, lelijk. De in Banyuls staande auto werd erheen gehaald, en daarna konden we gaan eten. Het biertje op het terras van de pizzeria maakte veel goed. De pizza was ook lekker.

Maaike, zoals gewoonlijk geflankeerd door een charmante roodharige.

Zo hadden we toch, met veel pijn, oververhitting, en sjagrijn het 1e deel van de tocht overleefd.

No comments:

Post a Comment